Lesje

[su_column]

Mijn armen bungelen over de rand van mijn slaapkamerbalkon, mijn kin hangt erop, mijn gedachten bevinden zich in een zwart gat. Puber-gelummel zoals de schepper puber-gelummel bedoeld heeft. Abrupt wordt mijn toestand van oneindigheid doorboord. “Hé jij daar! Ga eens op je handen staan.”  Sloom, als een ontwakende kat, open ik mijn bewustzijn, zie mijn buurman op de oprit beneden. “Dat kun je toch wel!”

Gevoelige snaar. Natuurlijk kan ik dat. Ik kom overeind, schud de mateloosheid uit mijn hoofd, gooi mijn handen omhoog, zet in voor een handstandje. Fluitje van een cent, kan ik met de ogen dicht. “Nee, niet op de vloer, dan zie ik het niet. Met je handen op de balkonrand.” Mijn zintuigen slaan alarm, met dat stenen terras vier meter onder me. Schrik hijgt door mijn poriën. Ik zal te pletter slaan, gillend als een vuurpijl bij oud en nieuw.

[su_quote]Haar innemendheid breekt mijn argwaan en even later rijd ik in een kanariegeel, open cabrioletje naar de gravelbanen.[/su_quote]

De vrees voor een figuurlijke afgang wint het echter van die voor een letterlijke. Met één hand op de balkonwering, de andere bevend tegen de muur naast me, zet ik ook een voet op de balustrade, trek me op, klim op de rand. “Hé patser!”, galmt het, “dacht je soms dat ik je dood wilde of zo?”

Zeventien ben ik. Thuis doen we niet aan zulke grapjes. Zo nu en dan aan een mop, maar die wordt ruim van tevoren aangekondigd – “ik ga een mop vertellen”. Je weet dat er geestigheid aan zit te komen. Daar kun je je op voorbereiden, je psyche voor in de juiste stand zetten.

Mijn buurmans humor sorteert echter wel enig effect. Ik sta op scherp als zijn vrouw –  krap dertig, wit kort rokje, twee rackets in de hand en ze heet nog Geneviève ook – me enige tijd later uitnodigt om ‘een balletje te slaan’. Stoer wimpel ik haar aanbod af. Ik laat me niet opnieuw in de maling nemen. Een dubbele afgang kan ik me niet permitteren.

“En ik had me er zo op verheugd”, kirt ze,  zoals ze altijd kirt, “of heb je nog nooit getennist?” Eh, nou, …eh nee… nou ja… Wat een fiasco! Waarom kan ik me niet losjes uit zulke situaties redden? James Bond had vast binnen een mum een gevat weerwoord verzonnen.

[/su_column]

Niet tennissen is in onze wijk onvoorstelbaar. Naast elk fietsvoorwiel in onze poehabuurt prijkt standaard een klem voor tennisracket of hockeystick, op de achterbank van open sportwagentjes staat een golftas, men doet boodschappen in rijbroek en leren laarzen. Tennis, hockey, paardrijden, cricket, golf, ze horen als ademhalen bij het leven. Bij ons thuis zitten dergelijke sporten niet in de genen, ik kom uit een voetballersnest.

“Ik leer het je wel”, zegt Geneviève. Haar innemendheid breekt mijn argwaan en even later rijd ik in een kanariegeel, open cabrioletje naar de gravelbanen. Haar haar wappert in de wind, haar parfum kruipt in mijn neusgaten, haar ogen turen door een spiegelende zonnebril naar de weg en van tijd tot tijd naar mij. Nu voel ik me wèl 007, maar dan stom en stom verlegen.

Op het gravel drukt Geneviève zich tegen mijn rug, pakt mijn handen met daarin voor het eerst een racket, trekt mijn arm naar achter, zegt  “zó” en geeft een zwiep. Haar geur en aanraking bedwelmen me, maken me een prutser. “En nu een partijtje.” Ik ken de regels, noch weet ik waar de lijnen voor dienen, maar mijn buurvrouw telt. Na een half uur staat het volgens haar 2-2. A draw, noemt ze dat, en een geschikt moment om te stoppen.

In de kantine drinken we koffie tussen vol belegen kopieën van Geneviève. Ze laten hun glazen non-stop bij de barman bijvullen; de sherry vloeit als water uit een dorpspomp. Een ritueel van onderdompeling als kuur tegen overgewicht. “Zitten hier elke dag”, weet mijn buurvrouw. Hun wereld is niet de mijne.

Geneviève’s uitnodiging voor een volgend potje houd ik af.  Bij haar verschijning weet ik me geen raad en al bij voorbaat verslagen. Meer deuken in mijn eigendunk kan ik niet aan. “Voorlopig even niet.”

Voor de zekerheid blijf ik wel oefenen op de handstand, waar ik momenteel trouwens weinig indruk meer mee zal maken. Pas decennia later waag ik me weer aan een racket, en vorige week heb ik het opnieuw tegen mijn buurvrouw opgenomen. Mijn huidige. Wederom kreeg ik een lesje, maar nu zie ik uit naar een volgend treffen. Voor revanche.

 

Hawk-Eye

© Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de schrijver.