Plassen

In mijn jongste jaren leerde ik woorden waar ik alleen giechelend mee uit de voeten kon. Plassen is zo’n woord. Je kon je meerdere kanten mee op, bezigheid zelf is er daar één van.
Waar leeftijdgenootjes er niet om maalden deze activiteit in alle openheid te beoefenen, deed ik, met een verklarende vingertje richting katholieke preutsheid, alle moeite deze door nood gedreven activiteit discreet buiten beeld te houden. Anderen hoefden er niet zo nodig deelgenoot van te zijn.

Voor wedstrijdjes ‘wie het hoogste kan’ dook ik steevast weg, ofschoon ik best wel een branieschoppertje was: een strijdlustig robbertje om de eer onthaalde ik veelal gulzig. Adrenaline en een potje wat dan ook als onafscheidelijke vrienden.

De feilloze curve en de klets waarmee zijn fluim de overkant bereikte, petje af!

Voor wedstrijdjes ‘wie het hoogste kan’ dook ik steevast weg, ofschoon ik best wel een branieschoppertje was: een strijdlustig robbertje om de eer onthaalde ik veelal gulzig. Adrenaline en een potje wat dan ook als onafscheidelijke vrienden. Op het plasvak vermeed ik echter hardnekkig het gevecht. Later werd ik iets minder krampachtig, maar een grootse wildplasser ben ik nooit geworden.

Bij spugen, ook gekenmerkt door een grote boog maar dan ‘zo ver mogelijk’, lag dat anders. Voor een overwinning op dat vlak haalde ik wèl alles uit de kast. De fluim van ver achter je gehemelte wegschrapen, zijn vastheid testen rond de huig, de longen vol lucht zuigen, de wangen op spanning brengen tot ze op ontploffen staan, het hoofd in de juiste stand plaatsen voor de ideale curve en dan vol zelfvertrouwen en met volle kracht de flodder afschieten, gepaard met tintelende euforie als zekere winst in de lucht hangt. Ik krijg er weer zin in.

Zonder Pimmetje als tegenstander was mijn kans op winst destijds aanzienlijk. Hoe serieus voorbereid en tactisch ik het echter ook aanpakte, Pimmetje was onverslaanbaar. Zijn fluimkwaliteit in combinatie met een paar wangen waar een glasblazer een moord voor zou doen, stond garant voor eer en glorie.

Nu nog, decennia nadien, heb ik geen enkele moeite zijn opgeblazen hoofd, de vastberaden en toch achteloze blik, de feilloze curve en de klets waarmee zijn fluim de overkant bereikte, in herinnering te roepen. Petje af voor Pimmetje. Nog steeds.
Terug naar plassen. Verwarrender werd het toen het Duitse woord pinkeln mijn oor bereikte. Dat woord kende ik als een spelletje: pinkelen. De essentie: slaand of wippend breng je een kort houtje middels een langer hout (stukken bezemsteel) in het spel om punten te scoren, met een tegenpartij die dit probeert te verhinderen. Het heeft dus niets met plassen van doen. Wat ik wil zeggen: woorden met verschillende inhoud maken de taal soms heerlijk ingewikkeld. Hoe Babylonischer hoe beter.

De Nederlandse taal is hier niet uniek. De Noren spannen Europees de kroon, echter vlak achter hen verdedigen wij Nederlanders een mooie reputatie. Kussen of kussen? Een blik werpen of een blik werpen? Drijft een wolk over of jij? Kantelen; van een kasteel of een glas? Is een tabaksteler iemand die tabak steelt? En met carnavalshit kun je ook twee kanten op. En wat te denken van een massagebed? Of contrastrijker? En ik roerde het al even aan: wildplassen. Woest om je heen spuiten of ‘in het wild plassen’ – hoewel dat laatste ook weer tweeërlei is op te vatten.

Ook hele zinnen kunnen de geest brak torpederen. Veel ouderen eten alleen met kerst – heel zielig, maar het kan ook zijn dat ze met dit eetritme de volgende kerst niet halen. Wassen Maxima groot succes - waar zijn bezoekers nou op afgekomen? De luchtvaart zag het aantal passagiers dalen – een doodnormale zaak voor gevulde vliegtuigen, of slaat het op de voorbije crisis?

Ik geniet van zulke hersenverfrissers, liever een dag zonder brood dan een dag zonder tarting der geest. Met een flexibele rede ben je beter voorbereid. En dat zijn we. Schudt de trainer mismoedig zijn hoofd met de mededeling ‘plassen op de baan’, dan weten we dat onmiddellijk in de juiste context te plaatsen.

Hawk Eye

© Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de schrijver.