Net niet

En hop! Wéér de bal tegen de netband. Bij de tramrails. Balen. Door het midden gaat ie meestal goed, aan de zijkanten een stuk minder. Nu weet ik ook wel dat het net aan de zijkanten hoger is dan in het midden – dat zie je met het blote oog – toch trap ik er telkens weer in. Diagonaal faal ik aanmerkelijk vaker dan rechtdoor – de afzwaaiers die dit moeten corrigeren niet meegeteld.

‘Meten is weten, gissen is missen’, zei mijn wiskundeleraar vroeger. Dus borrelt de vraag op: waarom gaat het geelpluizige rubber bij de tramrails eerder tegen het netband? Is het net daar zoveel hoger dat je daar terdege rekening mee moet houden?

 

Ontstaan vanuit sportief oogpunt. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om!

Het antwoord is: ja. Het verschil tussen midden en zijkant is 16 tot 18 centimeter. Drie keer de doorsnee van de bal, met zijn diameter van 6,5 centimeter. Rechtdoor moet je minimaal een kleine 2 decimeter hoger mikken. Dat is een boel. Zeker als je een fanatieke slicer bent is het verstandig hier scherp rekening mee te houden. En dat doen deze slicers ook. Als een stipt afgestelde machine slaan ze systematisch diagonaal, wat het voor de tegenstander een stukje eenvoudiger maakt zich daarop in te stellen. En áls ze een keer een poging langs de zijkant wagen, slicen ze traag of te hoog – en vaak uit. Lekker blijven slicen dus, wat mij betreft, zolang het maar niet van die vieze lobjes zijn.

Waar komt dat hoogteverschil eigenlijk vandaan? Het blijkt een relikwie uit de oertijd van het tennis toen het nog jeu de paume heette – ‘spel met de handpalm’ waar de met wol gevulde bal aanvankelijk mee werd geslagen. Het net was bevestigd aan hoge balken aan beide zijden van het veld, zodat het flink doorgezakte in een U-vorm hing: het laagste punt in het midden. Dat dwong de spelers de bal min of meer recht door het midden slaan, om te voorkomen dat tegenstanders tureluurs zou raken door ze alle uithoeken van het veld te laten zien. Een verschil in hoogte om het je tegenstander eenvoudiger te maken.

Tennis is een behoudende sport. Lang leken spelregels onaantastbaar en slijtvast – witte kleding en houten rackets daargelaten. Nu echter doen ontwikkelingen opgeld.

Het graf voor de let is al gegraven. Dadelijk mag bij het serveren het net geraakt worden. Zit wat in. Want waarom tijdens het spel wel en bij de service niet? Gèèn let is een stuk overzichtelijker. Altijd doorspelen. Korter, sneller, spannender. Met de tijd mee. Ik ga er vast op oefenen.

Om spelers te behagen, en eveneens vanuit korter, sneller, spannender, zag daarnaast ‘de set tot de 4’ het levenslicht. Doen ze me geen plezier mee, als fervent kijker naar ATP-toernooien en grand slams. Voor mij kan een wedstrijd niet lang genoeg duren. Finale Hopman Cup mixed doubles gezien (met Roger Federer)? Verdorie nog geen half uur van kunnen genieten.

Je vindt me op het puntje van de stoel als het in het oude vertrouwde systeem ook nog eens uitdraait op een lange tiebreak – of extra games Maar ook daar gaan ze een stokje voor steken. Na 3-3 wordt op deuce in de tiebreak een beslissend punt gespeeld. Ik ben het roerend eens met Richard Krajicek die dat “he-le-maal niks” vindt. Net als hij geniet ik van het mentale gevecht dat bij lange deuce-games komt bovendrijven. Ook met hem eens: met één beslissend punt na deuce speelt de factor geluk een te grote rol.

Tja, wat betekent dit allemaal voor ons, amateurtjes op onze eigen tennisbaan? Wij hebben nauwelijks publiek. Bij ons is het een en al mentaal. En geluk hebben we allemaal. Laat ik daarom eerst maar eens leren de bal 20 centimeter hoger te mikken. Die spelregels komen vanzelf wel.

 

Hawk Eye

© Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de schrijver.