Lamp

Drie jaar geleden sloeg de Duitse tennisster Sabine Lisicki met een service van 210 kilometer per uur het wereldrecord van Serena Williams naar de geschiedenis. Niet zozeer het record verblufte me, wel dat Lisicki slechts 1,78 meter meet.
Je hebt de neiging om te denken: hoe langer, des te eenvoudiger zo’n serve. Je slaat gewoon van boven naar beneden. Boem!
Bij de dames is dit dus niet het geval. Eerder bij de mannen. Dat staaft Ivo Karlovic met een snelheid van 251 per uur, bij een lichaamslengte van 2 meter 11. Daarmee mept hij evenwel niet de hardste service onder de heren. Dat record is in handen van de Australiër Samuel Groth. Dik 263 kilometer per uur – was niet eens een ace, trouwens. Groth is 1,94. Net als Lisicki een betrekkelijk kleintje.
 
Zijn bewegen riep associaties op met de elegantie van een giraffe

Mijn conclusie: lengte biedt bij tennis geen garantie voor succes. En nummer 1 word je er al helemaal niet mee. Angelique Kerber, bijvoorbeeld, is maar 1,73.
Wat dat betreft hoeven mijn ambities nog niet in de vriezer. Ik ben net zo lang als Roger Federer, mijn absolute idool. Slechts mijn leeftijd verschilt – en wat technische vaardigheden.
Welke sport moet je gaan doen als je lang bent. Basketbal behoeft geen betoog. Volleybal dan. Daar worden ze steeds langer. Nederland zette in Atlanta de trend met het Team van de Lange Mannen, met Olympisch goud.

Gezien mijn lengte lijken ook hier mijn kansen verkeken. Mooi spelletje wel. Jarenlang gedaan. Samen met een vriend van me van, jawel, 2 meter 18 hoog. Het was een genot met hem te spelen. Op ons niveau was hij een niet te passeren blok. Fanatiek sprong hij als een langpotige haas langs het net heen en weer en pakte glunderend elke aanvallende smash. Mocht hij zelf smashen, dan joeg hij de bal met speels gemak langs, over of door het blok. Elk punt vergezeld van een gillende keukenmeid, wat schril afstak bij zijn imposante postuur.

Overigens leerde hij het rap af om te springen bij het blokkeren. Zijn hoofd stak boven het net uit, smashes raakten vaker vol zijn gezicht dan zijn handen, die ergens een meter hoger wapperden. Elk voordeel heb z'n nadeel.
Lage ballen. Ook zoiets. De grond lag voor hem simpelweg een halve meter dieper. Hij had meer tijd nodig om daar te komen. Tennissers van bepaalde lengte herkennen dat wel - oudjes ook, maar dat terzijde. Snelheid en grote lengte vormen geen ideale combinatie. 'Hoe snel ik ook ben', zei mijn vriend, 'ik lijk altijd traag'. In mijn hoofd riep zijn bewegen associaties op met de elegantie van een giraffe.
Wel eens stilgestaan bij vakanties van de Lange Mens? Hoor mijn vriend erover. Hij wijst graag op twee dingen. De foetushouding in vliegtuigen, die na een lange reis nog dagen intact wil blijven. En bedden in het hotel. Altijd te kort. De matras belandt steevast op de vloer, de voeten ver buiten boord. Lengtegenoten kampen met hetzelfde probleem, weet hij, waaronder ook enkele Gouden Mannen van Atlanta.
Tja, en dan heb je natuurlijk nog het commentaar in sommige buitenlanden, en hordes kinderen achter je aan die jennend liedjes zingen. 'En dan weet je wel waar het over gaat', aldus mijn vriend. Hij kan zich er erg ongemakkelijk onder voelen.
Zittend bereikt hij de hoogte van iemand die staat. Wie achter hem zit in de bioscoop kijkt tegen een muur. Zijn schouders reiken tot waar zich bij u en mij de kruin bevindt. Op concerten is hij een zuil. Achter hem ontstaat spontaan een leegte in de vorm van een V.
Want wie wil een blokkade voor zijn ogen? Je zet toch ook geen scherm voor je pc? Je blokkeert toch niet de achterruit van je auto? Je hangt toch geen zichtbenemende lamp op middenin de kantine van je tennisvereniging? Nee, die lamp was niet mijn vriend.

 

Hawk-Eye

© Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de schrijver.