Afhangbord

Zou een mooie boel worden. Naar believen de baan bezet houden en anderen laten wachten tot ze een ons wegen. Dus: hulde aan het afhangbord. Mooi modern westers, dat structureren, reguleren, organiseren. Leven binnen de lijntjes ter voorkoming van puinhopen en chaos. Regelneven, bedankt.

Wij Nederlanders breken de nek over regels, lopen er in Europa mee voorop, wijzen op ons gelijk. De Fransen leven losser met hun slag, de Italianen hebben hun piano, de Grieken hun korrel Middellandse Zeezout, wij heffen ons vingertje.

De regels waren verslagen maar hadden desalniettemin hun doel bereikt.

Wie heuse chaos wil ervaren, vertrekt naar verre oorden. Hij reist op een topzwaar pontje over Filippijnse zeeën, perst zich in uitpuilende treinen in India of koopt een kaartje in een Chinese mierenhoop. De perfecte chaos ontstaat wanneer deze elementen zich tezamen voegen.

Met een gestempeld papiertje in de hand – mijn vliegticket – schaarde ik me tussen bonte petticoatvrouwen met bolhoedjes boven hun door de zon gebarsten wangen, en knoestige mannen in gebreide vesten, slobberbroeken en gleufhoeden. Een zwijgzame meute in een Boliviaans schuurtje.

Door een patrijspoortje ontwaarde ik in de verte een schoenendoos met vleugels. Het stond moe na te hijgen van een zojuist volbrachte landing. Het ding zou ons van Santa Cruz naar Sucre vliegen.

Op een hese toeter zetten de Bolivianen massaal de aanval in op een deurtje, dat geen enkele weerstand bood. Als water bij een dijkbreuk, stortten ze zich op de startbaan. Een compacte massa, de handen tegen verlies aan de hoedjes, golfde naar de schoenendoos die boosaardig stond te ronken.

Toen ik het toestel betrad, zaten aan beide zijden lappen stof, hoedjes, gebreide vesten en slobberbroeken om de raampjes geplakt. Een magneet had de Indianen strak tegen de zijwanden getrokken, hun blik gebiologeerd op de startbaan. Stoelnummers telden niet. Niemand zat. Veiligheidsgordels bungelden losjes langs de seats.  Het handige van de stoelen was dat je erop kon staan.

De Indianen leken bevangen door een mysterieuze geest uit hun rijke Inca-verleden, waren in trance. Een krakend asiente se, por favor uit de intercom miste zijn doel. Het liefst waren ze nog verder in de raampjes gekropen; niemand wilde iets van de start missen. De piloot zette de kist in beweging; hij kende zijn pappenheimers.

Grofweg dertig seconden nog werkte de magneet, toen begon het  Andesgebergte vlak onder ons haar werk te doen. Turbulentie greep de schoenendoos beet, smeet haar woedend alle kanten op en rukte de ene na de andere Indiaan van de wand. Vallend en struikelend ploften ze over elkaar heen, belandden vanzelf in stoelen. Hun koperen gezichten werden grauw, een zurige lucht doordrong het vliegtuig. Kostzakken ontbraken. Een stewardess deelde lege olieblikken uit. Braaksel dat drillend over de vloer kroop, bedekte ze met zaagsel - dat was wel goed geregeld.

Maar de puinhoop was een feit; een stapel misselijke Indianen, ordeloos in het vliegtuiginterieur verspreid. Met als voordeel: rust in de tent. De regels waren verslagen maar hadden desalniettemin hun doel bereikt.

Ik wil geen reclame maken voor ongebreidelde tolerantie; mijn provostatus van weleer ben ik ontgroeid. Ik ben me ervan bewust dat goede organisatie puinhopen kan voorkomen. Ik ben evenwel Nederlander. En Nederlanders zijn altijd op zoek naar mazen in wet, regels, voorschriften, richtsnoeren, juist vanwege de overdaad die het leven te strak omknellen.

Daarom: hulde aan het afhangbord. Maar mogen we alsjeblieft zelf een baan uitkiezen?

 

Hawk-Eye

© Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de schrijver.